Tuin van het Baljuwhuis

Tuin van het Baljuwhuis

Plein 1

Tuin en stallen vrij toegankelijk (rondleiders aanwezig)

HISTORISCHE TUIN- EN PARKAANLEG

Binnen de historische grenzen van de bebouwing, de tuinmuren en een slotenstelsel met houtwal ligt een tuin- en parkaanleg die bestaat uit voormalige nutsgronden. Deze zijn zichtbaar op 19de en vroeg 20ste eeuwse topografische Kaarten. Er is een slingerbos (18e-eeuws) en een aanleg van de tuin door landschapsarchitecte Mien Ruys (1954).

Het restant van twee haaks op elkaar gelegen eikenlanen (18e-eeuws) verdelen de aanleg. Ten zuidoosten van de hoofdas liggen de voormalige nutsgronden (vermoedelijk 18e-eeuws), bestaande uit moestuin en boomgaard (nu paardenweide en paardenbak). De oorspronkelijke omgrenzing bestaande uit beukenhagen, houtwallen, sloten en tuinmuur is nog deels intact. Een boerderij en voormalige tuinmanswoning aan de Gang maken deel uit van de oostgrens. Het ruime slingerbos met oorspronkelijke indrukwekkende houtopstanden en een gaaf bewaard padenpatroon (18e-eeuws) ligt ten zuidwesten van de hoofdas. Mogelijk strekte dit bos zich oorspronkelijk verder noordwaarts uit.

Aansluitend op het in het uiterste noorden van het perceel gelegen huis ligt een aanleg van Mien Ruys uit 1954. Het bestaat uit een ruim stenen terras met verschillende niveaus en borders rondom. En een ruim gazon met borders langs de beide tuinmuren en heestergroepen die een zicht in noordwestelijke richting begeleiden. Dit zicht is gericht op de hoofdas van bovengenoemde kruisvormige lanenstructuur.

De tuinmuren strekken zich vanaf het Plein uit in zuidwestelijke richting tot halverwege de tuin en vormen op die manier de noordwestelijke en noordoostelijke grens van de tuin- en parkaanleg, ze dateren uit 1730.

 

De historische tuin- en park behorend  tot de buitenplaats Baljuwhuis is van algemeen belang, vanwege:

  • de ontwikkelingsgeschiedenis;
  • de bewaard gebleven restanten van de twee eikenlanen (globaal noord-zuid en oost-west);
  • een begrenzende sloot (zuid), waarvan de oorsprong tenminste teruggaat tot de 18e eeuw;
  • de gemetselde bakstenen tuinmuur uit 1730, die de tuin aan de oost- en westzijde gedeeltelijk begrensd;
  • het vroeg landschappelijke slingerbos (tweede helft 18e eeuw) in het westelijk deel van de tuin;
  • de nog deels door de oorspronkelijke beukenhagen, houtwallen, sloten en tuinmuur omzoomde voormalige moestuin en boomgaard in het zuidoostelijk deel van de aanleg;
    –de aanwezigheid van een monumentale houtopstand uit de 18de en 19de eeuw;
    – het is een representatief en vrij gaaf bewaard voorbeeld van een ontwerp van de tuinarchitecte Mien Ruys met terrassen, borders en heesterperken uit 1954;
    –de functioneel- en visueel-ruimtelijke samenhang met de andere onderdelen van de buitenplaats.