Boerderij Ruijgrok 👍

Boerderij Ruijgrok
Oostdorperweg 201

Per fiets is de boerderij goed bereikbaar. Vanwege werkzaamheden per auto alleen bereikbaar vanaf de Hogeboomseweg.
Open van 11.00u-17.00u

De Oostdorperweg is een eeuwenoude verbindingsweg van het noorden naar het zuiden en is gelegen op een strandwal, waar al in de vroege middeleeuwen een aantal boerderijen vermeld worden. De oudst bekende vermelding van boerderij Ruijgrok is uit 1581, met als eigenaar jonker Jan Paets van Santhorst, eigenaar van het Wassenaarse kasteel Santhorst, dat ter hoogte van Papeweg 41 moet hebben gelegen. Het lijdt echter geen twijfel dat de boerderij veel ouder is.

Als aanhanger van de Geuzen, werd Paets van Santhorst aan het begin van de tachtigjarige oorlog door de Spaanse landvoogd der Nederlanden, de gevreesde Hertog van Alva, uit de Nederlanden verbannen. Zijn bezittingen werden geconfisceerd (en later deels weer teruggegeven). Daarna wisselt de boerderij geregeld van eigenaar. In de 19e- en 20e eeuw was de familie Den Hollander lange tijd eigenaar, en kreeg de boerderij de naam Nooitgedacht. Sinds 1967 staat zij bekend als boerderij Ruijgrok, vernoemd naar de huidige eigenaren, die de boerderij voor het publiek open stellen.

Het is een boerderij waar de geschiedenis is af te lezen aan het gebouw zelf. Zo bevinden zich in de achtergevel stukjes verbrand hout, die wijzen op een brand. Mogelijk was deze het gevolg van de plundertochten van de Gelderse legeraanvoerder Maarten van Rossum in 1528. Ook een deel van de funderingen van de 17e-eeuwse buitenplaats Vinckenburgh liggen nog op het terrein

Het voorgedeelte van de boerderij is U-vormig en bestaat uit een onderkelderde opkamer met een voorhuis. De kelder is het oudst bewaard gebleven deel en stamt vermoedelijk uit ca. 1500. Bijzonder hier is de vrijstaande ronde waterput met in de hoek van de ruimte een hoger opgetrokken afvoerputje. In de zuidelijke eindgevel zitten twee spitsbogige lampnisjes die deels zijn afgesneden door een later aangebracht korfbogig tongewelf uit ca. 1540. Oorspronkelijk was een kelder toegankelijk vanuit het voorhuis. Of dat hier ook zo was, weten we niet. Op de plek waar je een trap zou verwachten, zit hier van oudsher de schouw. Een uit klinkers opgetrokken trap leidt vanuit de kelder naar de werkkeuken, ook wel de kaaskamer genoemd. Hier bevond zich tot voor kort een hardstenen spoelbak tegen een 17e-eeuwse gevel.

Het voorhuis heeft 17e-eeuwse elementen, zoals de enkelvoudige balkenzoldering en de eikenhouten deur met gecanneleerde omlijsting. Deze is opgebouwd uit hergebruikte delen. In de 18e eeuw is het voorhuis aan de noordzijde uitgebouwd met een gedeelte voor extra bedsteden, die weer zijn verwijderd in de 20e-eeuw. De oorspronkelijke entree die zich in de voorgevel bevindt, is met het verwijderen van de bedsteden verplaatst naar de rechterzijgevel.

De opkamer is rechthoekig en heeft waarschijnlijk nooit een schouw gehad. De 16e-eeuwse kap van dit deel van het huis is opgebouwd uit onder meer twee eiken krommers: hergebruikt 15e-eeuws materiaal. Ca. 1800 werd het stalgedeelte ingekort en kreeg de boerderij haar huidige U-vorm. De funderingen van de afgebroken delen zijn nog te zien in de bestrating.

De opkamer is laat-middeleeuws. De bijgebouwen op het achtererf zijn grotendeels 19e-eeuws.

[lit: R. van Lit, C. Scheffer, Boerenerfgoed. Het boerderijenboek van Voorschoten en Wassenaar, Hollandsche Rading 2006, pp. 298-301, met verwijzingen.