Bonifaciusschool

De Roomskatholieke Bonifaciusschool is een vroeg werk van de architect Co Brandes in samenwerking met J. Th. Wouters. Het is gebouwd in de stijl van de ‘Nieuwe Haagsche School’, waarvan Brandes als grondlegger kan worden beschouwd.

De bouw werd begonnen in 1917 en voltooid in 1929 onder leiding van architect J.Th. Wouters.  Het werd een gebouw met 13 lokalen waardoor een enigszins U-vormige plattegrond ontstond.  De school bestaat uit zeven blokken die sprongsgewijs in elkaar grijpen, waardoor een dynamisch geheel ontstaat. Oorspronkelijk huisde het gebouw alleen een meisjesschool. In 1965 werd deze samengevoegd met de jongensschool, die tot dan in het Van Heeckerenhuis gevestigd was.  Samen gingen zij verder onder de naam Bonifaciusschool. Begin jaren 2000 is de school zorgvuldig gerenoveerd.

Bouwgeschiedenis

In 1933-1934 is de zuidwestelijke vleugel toegevoegd naar ontwerp van het architectenbureau van Wouters. In 1954 volgde de uitbreiding aan de noordwestzijde naar ontwerp van P.N. de Bruyn. Hierdoor is de oorspronkelijk entree komen te vervallen en is de vestibule verbouwd tot lerarenkamer.

Ten noordoosten van de school ligt een uit 1931 stammend gymnastieklokaal dat is ontworpen door P.N. de Bruyn en in de jaren ’80 is uitgebouwd. De uit 1929 stammende overdekte speelplaats met tuinmuur en fietsenstalling is in 1980 grotendeels afgebroken.

Boven de entreepartij, die wordt afgesloten door terracotta tegels, bevindt zich een terracotta tegeltableau met in bas-reliëf de tekst: “ROOMSCH=KATH/MEISJESSCHOLEN”.

De school is van algemeen belang vanwege de architectuur- en de cultuurhistorische waarde: – als bijzondere uitdrukking van de ontwikkeling die de scholenbouw aan het begin van de 20ste eeuw doormaakte;

Als vroeg werk uit het oeuvre van een vooraanstaand Nederlands architect, die hiermee als de grondlegger van de Nieuw Haagse School wordt beschouwd, een belangrijke architectuurstroming in de Nederlandse architectuurgeschiedenis;

Door de esthetische kwaliteiten van hoofdvorm en detaillering en vanwege de bijzondere samenhang tussen binnen- en buitenzijde;

Vanwege de herkenbaarheid en de hoge mate van gaafheid van binnen- en buitenzijde;

Van stedenbouwkundig en sociaal-historisch van belang vanwege de samenhang met de overige R.-K. gebouwen in de omgeving. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)