Villa Klein Haesebroek🚪

Schouwweg 106
Let op: niet vrij toegankelijk, rondleiding op inschrijving

Ooit een paradepaardje om nieuwe bewoners naar de villawijk Groot Haesebroek te lokken; nu het woonhuis van de ambassadeur van Peru. Klein Haesebroek is een schoolvoorbeeld van vroeg 20ste-eeuwse villa-architectuur en staat symbool voor het begin van de villaontwikkeling in Wassenaar.

Locatie en historische context

Villa Klein Haesebroek is in 1910 tot stand gekomen in de oudste Wassenaarse villawijk op voormalig grondgebied van het landgoed Groot Haesebroek.

In 1854 kwam Groot Haesebroek in bezit van Prins Frederik der Nederlanden. Hij voegde het goed van circa 200 hectare toe aan zijn overige bezittingen in Wassenaar, waaronder De Horsten en De Paauw. Hierdoor ontstond één enorm groot, aaneengesloten landgoed. In 1898 verkocht zijn dochter Prinses Marie von Wied Groot Haesebroek aan de arts Dr. Marius A.J. Geluk, die het op zijn beurt in 1907 grotendeels doorverkocht aan de N.V. Maatschappij tot Exploitatie van Park Groot Haesebroek. Deze maatschappij werd bestierd door Johannes Th. Wouters, samen met bankier J.J.L. Heldring en D.J.G.J. Baron Van Pallandt (eigenaar van Duinrell). De maatschap kocht ook gronden van kasteel Oud Wassenaar, dat 65 hectare groot was. Hoek en Wouters hadden samen een gelijknamig architectenbureau en waren wat wij nu projectontwikkelaars zouden noemen. Het oorspronkelijke parkachtige en bosrijke karakter met de daarbij behorende laanstructuur werd zoveel mogelijk behouden. Daarbinnen werd een plan gemaakt voor ruime bouwkavels die vanaf 1910 te koop waren.

De komst van de auto-omnibusdienst van en naar Den Haag in 1910 gaf een belangrijke impuls aan de verkoop van de kavels. In dezelfde tijd werd het kasteel Oud Wassenaar verbouwd tot hotel met als idee dat het dienst kon doen als gastenverblijf voor de bezoekers van de inwoners van de villaparken. De verkoop kwam maar langzaam op gang. Dit kan voor Wouters een reden zijn geweest om op de belangrijke zichtlocatie hoek Schouwweg-Stoeplaan zelf een huis te bouwen. Deze blikvanger moest de verkoop stimuleren. In eerste instantie bewoonde Wouters het huis; hij hield er ook kantoor. Uiteindelijk zouden er tot 1920 52 kavels worden verkocht; daarna zakte de bouw langzaam in. De architectuur van de villa’s die in deze eerste fase van de ontwikkeling van het park werden gebouwd, was overwegend traditioneel van aard en veelal geïnspireerd op Engelse landhuizen.

De architect, tevens opdrachtgever

Johannes Thomas Wouters (1866-1932) vormde samen met Zacharias Hoek (1863-1943) het bureau Hoek & Wouters, dat een enorme invloed heeft gehad op de ontwikkeling van Wassenaar. Wouters was architect, projectontwikkelaar en een lid van de rooms-katholieke Wassenaarse gemeenschap. Bovendien vervulde hij tal van openbare functies zoals raadslid en bestuurslid van de Wassenaarsche Bouwvereeniging. Hij voerde de regie over de aanleg van veel villaparken in Wassenaar, zoals Wildrust, Backershagen en Groot Haesebroek.

Het ontwerp van Klein Haesebroek is in maart 1910 ondertekend door beide architecten; een jaar later volgde de vrijstaande garage met chauffeurswoning.

Vanaf 1909 kwam Jacobus Johannes (Co) Brandes (1884-1955) de gelederen van het bureau versterken; vanaf 1912 werd hij compagnon binnen het bureau. Na de opheffing van het bureau in 1915 bleef Brandes tot 1918 voor Wouters werken en ze werkten ook later nog regelmatig samen. Hij voegde in 1917 in opdracht van de toenmalige eigenaar Edward Knight de veranda aan het huis toe.

Andere ontwerpen van Hoek & Wouters in Wassenaar zijn Schouwweg 61 (1909) en 79 (1910), Lindelaan 2 (Frisiastate, 1910) en het hotel met de dienstwoning voor Kasteel Oud Wassenaar (1909). Uit de periode waarin Brandes bij het bureau van Hoek & Wouters werkte, dateren onder meer Boekhorst (Schouwweg 68-69, 1913), Maarheeze (Rijksstraatweg 675, 1914), Nijenstede (Schouwweg 107, 1915), Groen van Prinstererlaan 11 (1915), de Bonifaciusschool (Kloosterland, 1917) en Schouwenhoek (Schouwweg 102, 1917).

Bewoners

Nadat de eerste bewoner, Johannes Wouters in 1913 vertrok, woonden er diverse particulieren in Klein Haesebroek. Onder hen was J. Morch Hansen, president-directeur van oliemaatschappij Caltex. In 1917 kwam Edward Knight, geboren in Rotterdam en aldaar werkzaam als ‘assurdeur’ (verzekeraar), Klein Haesebroek bewonen. Hij was tevens consul van België en Turkije. Na een scheiding bleef zijn voormalige echtgenote nog enige tijd in het huis wonen en vertrok Edward in 1925 naar Engeland. Vanaf 1926 kreeg het huis bewoning door de Joodse Herman Jacobson en zijn gezin, die procuratiehouder bij de Bataafsche Aardolie Maatschappij was. De familie had al op Schouwweg 45 en 79 gewoond en ‘schoof’ dus nu verder op richting Den Haag. Kort voor de oorlog, in oktober 1939, vertrok Herman met zijn vrouw naar de Verenigde Staten. Hun zoon, Alexander, zou tijdens de Tweede Wereldoorlog als Engelandvaarder sneuvelen. Tijdens de oorlog werd het huis verhuurd, onder meer door aan banketbakker en kok Jan Willem Cornelis Bolt. Direct na de oorlog werd het huis gebruikt als Tehuis voor Repatrieerenden. Vervolgens betrok de ambassadeur van Japan in de jaren 1950 het huis; sinds 1995 is het de residentie van de ambassadeur van Peru.

Huis en tuin

Hoek en Wouters waren geen architecten die volgens de nieuwste architectuuropvattingen bouwden. Integendeel, ze bouwden het liefst in een vrije interpretatie van historiserende stijlen in combinatie met de Engelse landhuisstijl. Deze architectuur is typerend voor Wassenaar. Opdrachtgevers kozen vrijwel zonder uitzondering voor een huis in zo’n stijl. Klein Haesebroek is daar een schoolvoorbeeld van. Het huis met zijn kappen in verschillende richtingen is speels opgezet. Het sterke villa-karakter komt tot uiting door de hoogteverschillen en uitbouwen. Dit wordt versterkt door de aanbouw van een veranda in 1917. Tien jaar later werd er een verdieping op de herenkamer gerealiseerd. Dit nieuwe vertrek werd als werkkamer ingericht. De combinatie van pleisterwerk met delen in onbehandeld baksteen is typisch voor de overgangsarchitectuur (van 19de naar de 20ste eeuw) van begin 1900. De hoge, in siermetselwerk uitgevoerde schoorstenen zijn naar Engels voorbeeld.

Binnen ademt het huis een historisch karakter door de keuze voor overwegend de oudhollandse stijl, te zien in de eikenhouten lambriseringen, trappen en balken. Ook oudhollandse schouwen en glas-in-loodramen ontbreken niet.

De tuin werd in de Nieuw Architectonische tuinstijl aangelegd. Hierbij wordt de tuin als een verlengde van de architectuur beschouwd. Het gebouw loopt als het ware gaandeweg, via terrassen en trappen, over in de tuin die strak en geometrisch is ingedeeld. Het verhoogde terras waarbij de veranda als binnen- en tegelijk als buitenruimte de verbinding tussen binnen en buiten vormt, is hiervan een belangrijk element. In de middenas ligt een rechthoekige vijver.