Villa Maarheeze (Rijksstraatweg 675)

Rondleidingen ieder heel uur. Aanmelding via deze website of ter plaatse.

Hoewel de meesten van ons Villa Maarheeze kennen als kantoor van inlichtingendiensten, is het oorspronkelijk gebouwd voor particuliere bewoning. De heer G.A. van Putten kocht in 1914 een deel van de buitenplaats Oud Clingendael en gaf opdracht voor het ontwerp van het huis aan de jonge architect Co Brandes, toen net in dienst bij architectenbureau Hoek en Wouters. Het huis werd centraal op het terrein gebouwd met een royale tuin tussen huis en Rijksstraatweg. Het tuinontwerp kwam tot stand in samenwerking met tuinarchitect D.F. Tersteeg uit Naarden.

 

Bewoners

Vanaf 1916 tot 1932 woonden de heer G.A. van Putten met zijn gezin in villa Maarheeze. Nadat familie P.A. Janssen de villa vervolgens tot 1937 bewoonde heeft het verschillende eigenaren gekend. Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam een afdeling van de Kriegsmarine beslag het huis in gebruik. Direct na de bevrijding legden lokale bewakingstroepen van de Binnenlandse Strijdkrachten beslag op Maarheeze. Van 1945 tot 1992 was Villa Maarheeze in gebruik door verschillende Nederlandse veiligheidsdiensten. Vanaf 1955 tot 1998 was de Nederlandse staat eigenaar. In 1994 werd de Inlichtingendienst Buitenland opgeheven en verliet direct Maarheeze.

 

De architect

Brandes beschouwde huis en tuin als een geheel, een visie die bij Villa Maarheeze nog steeds zeer goed tot uiting komt. Het huis ligt een stuk hoger dan de omliggende tuin en beide worden met elkaar verbonden door een keermuur met trappen en een terras met een bassin. In deze tijd werd veel aandacht werd besteed aan de tuinaanleg.

Een portiers- of tuinmanswoning en de garage met chauffeurswoning maakten doorgaans een vast onderdeel uit van het nieuwe buiten wonen uit. De heer Putten koos voor alleen een garage en niet ook voor een koetshuis met paardenstal.

Deze landhuizen zijn daarom als volwaardige opvolgers van de traditionele buitenplaatsen te beschouwen. Een belangrijk verschil is dat de nieuwe generatie landhuizen vaker voor permanente  bewoning gebuikt werden. Met toepassing van voorzieningen als elektriciteit en centrale verwarming.

Van Co Brandes is bekend dat hij zijn ontwerpen in nauw overleg met de opdrachtgever maakte. Voor Maarheeze betekende het dat hij rekening moest houden met een gezin met vier kinderen en personeel. Veel meer dan nu was het in die tijd gebruikelijk nog veel beslissingen op de bouwplaats te nemen.

Villa Maarheeze is gebouwd in een periode waarin de stijl van Co Brandes zich ontwikkelde naar de Nieuwe Haagse School. Voor de afwerking van de architectuur maakt hij graag gebruik van de samenwerking met anderen. Zoals bijvoorbeeld de ceramist W.C. Brouwer en sierkunsteigenaar F. van der Gast.

Binnen de Nieuwe Haagse School zocht Co Brandes naar een evenwichtige compositie van de bouwmassa en de gevels van de gebouwen. De plattegrond was hierbij het uitgangspunt. Er ontstond een kubische wijze van bouwen. Een andere belangrijke vernieuwing was het in open verbinding met elkaar brengen van de ruimten binnen, zodat deze vloeiend in elkaar overliepen. Ook de overgang van binnen naar buiten was vloeiend door toepassing van o.a. erkers en serres. De tuin, doorgaans in Nieuwe Architectonische Stijl, was onlosmakelijk met het huis verbonden.

 

De stijl

De stijl van het huis is typerend voor de architectuur uit het begin van de 20steeeuw en wordt Nieuw Historiserende Stijl genoemd.  Deze naam is toepasselijk omdat deze architectuur op oude stijlen geïnspireerd is, maar onder invloed van nieuwe architectuur stromingen en toepassing van nieuwe materialen en technieken toch een geheel eigen karakter heeft.

Het huis heeft een traditioneel , bakstenen uiterlijk. Maar de constructie , zoals fundering en de vloer van de begane grond, bestaat uit beton, in die tijd nog experimenteel. Ook het overige materiaal combineert oud en nieuw zoals natuursteen en kunststeen. De laatste is een verzamelnaam voor alle steenachtige materialen, die niet tot natuursteen behoren. Bijvoorbeeld cement en betonsteen, bij de Nieuw Historiserende Stijl begin 20steeeuw heel gangbaar. De ceramische versieringen die rondom zijn aangebracht zijn ook zeer eigentijds.

In de gevel zijn veel klassieke bouwtradities zichtbaar. Zo werkt het onderste deel als een podium en zijn de bouwlagen daarboven telkens iets minder hoog, net als de vensters. De symmetrie van de indeling van de gevels zorgt voor een evenwichtig beeld, ondanks het feit dat iedere gevel anders is.

 

Het interieur

Co Brandes ontwikkelde zijn ontwerp voor het huis vanuit de plattegrond. In de kern van Villa Maarheeze bevindt zich de hal met een monumentaal trappenhuis. Hieromheen werden de overige vertrekken symmetrisch gegroepeerd. De belangrijke vertrekken laten zich herkennen door een rijke detaillering maar ook door de aanwezigheid van een schouw. De haard werd gezien als toppunt van huiselijkheid en behaaglijkheid. Ondanks dat villa Maarheeze centrale verwarming had hebben de belangrijke vertrekken een schouwhoek.

De voornaamste vertrekken zoals woonkamer en salon, lagen op het zuiden en het westen met een fraai uitzicht op de tuin. Daarnaast waren er vertrekken met een eigen specifieke functie, deels bestemd voor de heer (een bibliotheek, studeer en of biljartkamer) of voor de vrouw des huizes een boudoir, een salon of een kleedkamer.

De salon of de muziekkamer is een van de rijker uitgevoerde vertrekken van de villa. De reliëfs van het plafond zijn gedecoreerd met muziekinstrumenten, waaronder een viool, gitaar en trompet, trommel en tamboerijn. Boven de wit marmeren schouw bevindt zicht een grote spiegel. Daarboven is een medaillon aangebracht: met houtsnijwerk versierd en met een schildering van musicerende putti in pasteltinten.

Er was een duidelijke scheiding tussen de vertrekken van de eigenaar en die van het personeel. De ligging van de dienstvertrekken werd vooral vanuit het functionele gebruik ingegeven en kende een lange traditie.

Afhankelijk van de omvang van het huis bevond de eetkamer zich naast de dienkamer, die in verbinding stond met de keuken. Het personeel bezat een eigen dienstingang, trappenhuis en toilet, maar had ook de beschikking over een eigen zitkamer. Di knechtkamer lag direct naast de vestibule, zodat de knecht snel voor bezoekers de deur kon openen.

En centraal aan de zuidzijde ligt de wintertuin. Deze rechthoekige ruimte wordt afgesloten door een halfronde erker met aan de zijkanten een deur naar een overdekt terras. Dergelijke wintertuinen komen bij de grotere landhuizen uit het begin van de 20steeeuw vaker voor. Dit typeert de sterke relatie tussen het gebruik en beleving van huis en tuin.

De tuin van Villa Maarheeze

Tegelijkertijd met de bouw van Villa Maarheeze van 1914-1916 werd de omliggende tuin aangelegd naar een ontwerp van Co Brandes en tuinarchitect D.T. Tersteeg uit Naarden. Villa Maarheeze is een goed voorbeeld van een villa met tuin zoals welgestelde burgers die in het begin van de 20steeeuw lieten bouwen. De situering op een deel van een ouder landgoed kwam in die tijd niet veel voor, niet alleen in Wassenaar maar ook elders in Nederland. De tuin is karakteristiek voor de Architectonische Tuinstijl die met name rond 1915 populair was in Nederland. Via een intensieve samenwerking tussen architect en tuinarchitect streefde men naar een volmaakte eenheid tussen huis en tuin. Villa Maarheeze is een van de weinige voorbeelden van de samenwerking tussen Brandes en Tersteeg.

Het tuinontwerp is van grote kwaliteit. De eenheid in decoratie, de zorgvuldige detaillering en de samenhang tussen gevels, tuinmetselwerken en hekpalen behoren tot de belangrijkste kwaliteiten van de tuin. Terracotta ornamenten opgenomen in de gevels, tuinmuren, hekpalen en als achterwand van het bassin dragen hier in belangrijke mate aan bij.

Door gebruik te maken van een loodrecht assenstelsel is er een heldere indeling. Het huis staat centraal. De verschillende zichtlijnen en symmetrie- assen verbinden het met de verschillende deeltuinen.

In het begin van de 20steeeuw vonden ook in de Nederlandse tuinarchitectuur veranderingen plaats. Een tuin van een gerenommeerd tuinarchitect was niet alleen meer voorbehouden aan adellijke en zeer welgestelde families maar ook binnen bereik van bewoners van de nieuwe villaparken. Daarnaast vond er ook een omwenteling plaats in de stijl van aanleg. De percelen rondom de villa’s bezaten namelijk onvoldoende ruimte voor de populaire  en tot dan toe nog veel toegepaste landschapsstijl. Bovendien eiste de nieuwe villa-architectuur een eigen antwoord op de vraag hoe de relatie tussen huis en tuin vorm moest krijgen om de gewenste totaalcompositie te bereiken. Bovendien vroeg de toegenomen belangstelling voor planten, waaronder de introductie van nieuwe soorten en de combinatie van winterharde kruidachtigen en lage heesters volgens een ‘natuurlijke’ groepering,  om een andere inrichting van de tuin. Zo  ook bij Villa Maarheeze.

Ref: E. Blok e.a., Villa Maarheeze, Hollandse Rading, 2008 (met verwijzingen)