Wijkcentrum Deijleroord

Wijkcentrum Deijleroord
open van 11.00-14.00u

In 1951 gaf de Kerkvoogdij der Nederduits Hervormde Gemeente aan architect J.W. Blok de opdracht tot het ontwerpen van een wijkgebouw. In dezelfde periode ontwierp Blok de naastgelegen Den Deijl-basisschool. Het buurtcentrum Deijleroord met het naastgelegen scholencomplex aan de Hofcampweg 3 en Middelweg 31a/33 vormt het sociaal-culturele centrum van Deijleroord.

Het gebouw oogt op het eerste gezicht sober en doelmatig, maar is in zijn Traditionalistische bouwstijl zorgvuldig gedetailleerd. Dit is typerend voor de Wederopbouwperiode. De oorspronkelijke stalen ramen zijn deels vervangen door houten ramen met dubbel glas, maar in de hoofdruimte zijn de oorspronkelijke ramen behouden. In de jaren tachtig zijn enkele verbeteringen aangebracht ten behoeve van de toegankelijkheid voor minder-validen, waaronder een hellingbaan bij de entree. Intern is de kansel verwijderd in de grote zaal en is in de kleine zaal een bar en keuken gebouwd. Bovendien is de orgelgalerij dichtgezet.

Het gebied was oorspronkelijk geheel in gebruik voor agrarische doeleinden. In 1923 is door J. Mutters een stedenbouwkundig plan gemaakt voor de ontwikkeling van het gebied, dat in 1926 werd aangenomen maar toen grotendeels niet werd uitgevoerd. Zijn plan bevatte het tracé van de trambaan van Den Haag naar Leiden en de Lus, de keerlus voor de tram. De trambaan is ten oosten van de Middelweg aangelegd. Pas in 1937 ontwierp W.M. Dudok een aangepaste versie van het plan van Mutters. In dit plan veranderde het bestaande tracé van de Middelweg: de Middelweg werd rechtdoor getrokken tot aan de Clematislaan en de hoofdroute werd gevormd door de Deijlerweg, die het tracé van de trambaan volgde. Hierdoor werd de Middelweg van hoofdroute nevenroute. De stedebouwkundige aanleg van Deijleroord kwam grotendeels vóór de Tweede Wereldoorlog tot stand.

De vooroorlogse bebouwing in het westelijke, zuidelijke, zuidoostelijke en noordoostelijke deel van Hofcamp (rond Van Zuylen van Nijeveltstraat/Deijlerweg), maar ook de Wederopbouwarchitectuur binnen die gebiedsdelen (zoals bijvoorbeeld Deijlerweg 10-26 uit 1951) kent een grote homogeniteit. De bebouwing bestaat overwegend uit rijtjes woningen van twee bouwlagen met een kap (veelal zadeldak) evenwijdig aan de straat. Het zijn grondgebonden woningen met voor- en achtertuinen. Tegenover het wijkcentrum, langs de Fabritiuslaan, ligt een dubbele groenstrook met vijverpartij. Dit water is een restant van een oude vaarsloot. Deze vaarsloot stond in verbinding met een verlengde van het Havenkanaal ten oosten van de Zijlwetering. Via deze vaarsloot waren de boerderijen Middelweg en Deijleroord met de Zijlwatering verbonden.

Architectonische beschrijving

Het L-vormige wijkgebouw bestaat uit een als een zaalkerk vormgegeven hoofdvolume met hoog opgaand werk en een zadeldak, en een lagere vleugel haaks daarop, bestaande uit één bouwlaag met zadeldak. Deze vleugel heeft ongelijke hoogte van gevels en derhalve ook ongelijke dakschilden. Aan de kopse voorzijde is het hoofdvolume afgeschuind, waarbij op de hoeken kolommen zijn aangebracht. Aan de kopse achterzijde bevindt zich een lage nevenruimte met lessenaarsdak. Aldaar is een muur met een poort gesitueerd, die hoog aantakt op het hoofdvolume en inzwenkt richting de poort. Beide zadeldaken hebben een flauwe dakhelling en zijn gedekt met gesmoorde, opnieuw verbeterde Hollandse pannen. Het overstek van de daken rust op samengestelde, houten gootklossen. Op de daknok bevindt zich een gemetselde klokkenstoel. De staande, langgerekte vensters van de grote zaal zijn getoogd en hebben kunststenen kozijnen en stalen ramen. De hoofdentree aan de Hofcampweg ligt iets terug en bestaat uit een getoogde dubbele houten deur.

Het gebouw is vanwege de cultuurhistorische – , architectuurhistorische- en ensemblewaarde van algemeen belang voor de gemeente Wassenaar  ondermeer als uitdrukking van en als herinnering aan de ontwikkelingsgeschiedenis van Wassenaar en de geschiedenis van de wijk Deijleroord in het bijzonder en als  vrijwel geheel gaaf bewaard voorbeeld van een wijkcentrum in de vorm van een zaalkerk en in een Traditionalistische stijl die typerend is voor de Wederopbouwperiode.

Naast het Deijlerhuis is door de buurt zelf een buurttuin ontwikkelt. Dit initiatief won onlangs de Groene Paauw. Een prijs voor een initiatief waarbij inwoners zelf voor het groen in de buurt zorgen.